Te weinig tanden

Agenesie betekent dat in je mond één of meer tanden of kiezen niet op de normale manier zijn gevormd. Dit is de meest voorkomende stoornis in de gebitsontwikkeling bij de mens. De aanleg van tanden en kiezen in het begin van de zwangerschap is ingewikkeld. Er kunnen daarbij altijd foutjes ontstaan in het aantal tanden en kiezen. Naast ontbrekende verstandskiezen komt het bij ongeveer 5% van de mensen voor.
Als er een paar tanden of kiezen ontbreken wordt dat hypodontie genoemd. Als er zes of meer tanden of kiezen ontbreken heet het oligodontie.
Afhankelijk van de plaats waar tanden of kiezen ontbreken kan het zorgen voor kauwproblemen of problemen met spreken. Er kunnen ook esthetische problemen zijn. Het vaakst ontbreken de verstandskiezen. Daarna komen de tweede kleine kiesjes en de kleine snijtanden in de bovenkaak. Vaak is agenesie erfelijk. Dan zie je dat bij meerdere familieleden tanden en/of kiezen ontbreken. Maar het kan ook zomaar ontstaan, lang voor de geboorte.

Behandeling

Soms kan de ruimte bij de ontbrekende tanden worden dichtgeschoven met een beugel. Of de ruimte wordt opgevuld door een kunsttand of een autotransplantatie (het verplaatsen van je eigen tanden). Dan zie je er niets meer van. Af en toe is  de melkvoorganger nog in een goede conditie en kan die nog een tijdje mee.
Soms werken deze oplossingen niet voldoende. Bijvoorbeeld als er teveel tanden ontbreken.

Video: bij agenesie is af en toe een operatie nodig, maar niet altijd.

Tijdens het behandelen van ernstige hypodontie werkt de orthodontist vaak samen met bijvoorbeeld: een restauratief tandarts, een implantoloog, een kaakchirurg en een logopedist. De behandeling is dan soms ingewikkeld en levenslang onderhoud is nodig.

Teveel tanden

Het tegenovergestelde van agenesie zijn boventallige tanden, of hyperdontie. Het komt voor bij tussen de 0,2 en 4% van de mensen. Je ziet het vaker bij schisis of andere aangeboren problemen zoals bij CCD. Een extra snijtand in de bovenkaak (een mesiodens) komt vaak voor. Die extra tanden zijn vaak kleiner en onderontwikkeld en zorgen vaak voor scheefstand door verdringing.