Autotransplantatie.

Er zijn allerlei redenen waarom tanden of kiezen in je gebit kunnen ontbreken. Bijvoorbeeld als een tand of kies niet op de goede manier doorkomt en een andere tand zit in de weg, of na een val of een ongeluk. Bij autotransplantatie worden eigen tanden of kiezen verplaatst naar die lege plekken. Het is ook mogelijk om de lege plek op te vullen met een implantaat. Het voordeel van autotransplantatie ten opzichte van een implantaat is dat het om je eigen natuurlijke tanden gaat. Een getransplanteerde tand of kies groeit mee met de rest van het gebit tijdens de groei en de ontwikkeling van de kaak. Dat gebeurt niet met een implantaat. Er blijft bij autotransplantatie ook steeds een levende en flexibele verbinding tussen je tand of je kies en het kaakbot. Hierdoor kan de tand of kies na autotransplantatie met een beugel verschuiven. Ook heb je na een autotransplantatie meteen een opvulling van de ruimte. Het heeft dus veel voordelen.
De orthodontist werkt samen met de kaakchirurg om de tand te verplaatsen en en te zorgen voor nieuwe botaanmaak in je kaak. Ook is er vaak samenwerking met de tandarts en de parodontoloog.
Omdat de tand of de kies van een andere plek komt is de vorm vaak anders. Een restauratief tandarts kan een tand met composiet (witte vulling) mooi bijwerken zodat je geen verschil ziet.

In Scandinavische landen wordt deze methode al meer dan 40 jaar gebruikt. Er zijn veel positieve ervaringen bekend over de resultaten op lange termijn.

Wanneer kan autotransplantatie?

Om dat te bepalen wordt gekeken naar de ontwikkeling van de wortel van de te verplaatsen tand of kies. Kleine kiezen kunnen  vaak al getransplanteerd worden bij kinderen tussen 8 en 12 jaar,  samen met het wisselen van de melkkiezen en melkhoektanden. Het bloedvat aan de binnenkant van de tand of kies kan zich op die leeftijd nog  goed opnieuw aansluiten aan de bloedvaten in de kaak. De zenuw zal zich jammer genoeg niet meer opnieuw verbinden. Het verplaatsen van verstandskiezen gebeurt meestal veel later, tussen 16 en 18 jaar. Omdat de wortelontwikkeling op die leeftijd al klaar is wordt in de meeste gevallen vooraf een wortelkanaalbehandeling gedaan. Zo voorkomen we de kans op een zenuwontsteking na de operatie.

Hoe gaat de operatie?

Op de röntgenfoto’s wordt eerst goed gekeken naar het ontwikkelingsstadium van de donortand of kies. Pas daarna wordt bepaald of autotransplantatie mogelijk is en wat de beste manier is.
De transplantatie bij de kaakchirurg gebeurt onder lokale verdoving.

Tanden bijslijpen en bijwerken

Verplaatste tanden krijgen soms een andere functie en worden bijgeslepen en bijgewerkt met composiet zodat ze keurig in de tandboog passen. Ook slijtage of te grote ruimte tussen de tanden wordt met composiet (witte vulling) gerepareerd.